Meer informatie Windenergie

Waarom is windenergie nodig?
Om de temperatuurstijging van de aarde onder de 1,5 graad te houden, zullen we in 2030 al onze energie duurzaam moeten opwekken. Windenergie is daarvoor één van de schoonste en beste bronnen. Er is geen uitstoot, de wind is gratis en bijna het hele jaar door aanwezig. Eén windmolen kan afhankelijk van de grootte wel 2 tot 3.000 huishoudens voorzien van stroom. Dat is meer dan tienduizenden zonnepanelen bij elkaar.

Vanaf windkracht 2 wordt er al stroom opgewekt. De molen piekt bij windkracht 6. Wind is bovendien een mooie tegenhanger van zonne-energie. Want op dagen dat de zon niet schijnt, waait het wel vaak.

 

Techniek tegen lawaai en overlast
Windmolengeluid en slagschaduw kunnen als hinderlijk worden ervaren. Daarom worden windmolens minimaal 300 meter van een huis geplaatst waardoor de geluidsoverlast gering is. Ook wordt er berekend in welke jaargetijden en op welke tijdstippen de zon zo staat, dat er sprake is van slagschaduw. Dan staan de molens stil. De norm is dat de molen niet meer dan 17 dagen per jaar maximaal 20 min slagschaduw mag veroorzaken. Maar steeds vaker worden er goede afspraken gemaakt met omwonenden en kan de molen vaker stil worden gezet.

Groot gevaar voor vogels?
Windturbines hebben effect op vogels, maar vele malen minder dan andere doodsoorzaken zoals katten, verkeer, landbouw en gebouwen. Toch is het belangrijk om beschermde natuurgebieden te ontzien en goed met ecologen naar de plaatsing te kijken. Ook kunnen windmolens worden uitgerust met sensoren die de molens stilzetten als er bepaalde vogels zoals zeearenden in de buurt vliegen.

Om een indicatie te geven over de impact op vogels: in Canada sterven jaarlijks 25 miljoen vogels doordat ze tegen een huis vliegen, en ‘slechts’ 20.000 doordat ze geraakt worden door een windmolen.

Windmolen en de ‘energieterugverdientijd’

Het maken van windmolens zorgt ook voor uitstoot. Maar een windturbine wekt in 3-6 maanden de hoeveelheid stroom op die nodig was om die windturbine te maken.

Hoe groter en hoger de windmolen, hoe duurder om hem te maken. Maar daar staat tegenover dat een hoger model meer dan evenredig veel energie oplevert. Hoe hoger de molen, hoe minder er relatief van nodig zijn.