Voor klimaatdoelen meer windmolens nodig

In oktober waarschuwde wetenschappers wereldwijd in het IPCC rapport dat we haast moeten maken om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken. Doen we dat niet, dan verandert de wereld zodanig dat grote delen van de wereld onleefbaar worden. Ook in Nederland.

Om onder de 1,5 graad opwarming te blijven, zullen we al in 2030 energieneutraal moeten worden. Windenergie is daarvoor één van de schoonste en beste bronnen. Er is geen uitstoot, de wind is gratis en bijna het hele jaar door aanwezig. Eén windmolen kan afhankelijk van de grootte wel 2 tot 3.000 huishoudens voorzien van stroom. Dat is meer dan duizenden zonnepanelen bij elkaar. Urgenda berekende dat daarvoor op land in 2030 voor 12 GW vermogen aan molens moet staan. Een verdubbeling van de doelstelling die de overheid stelde voor 2020, goed te doen in 10 jaar.

Vanaf windkracht 2 wordt er al stroom opgewekt. De molen piekt bij windkracht 6. Wind is bovendien een mooie tegenhanger van zonne-energie. Want op dagen dat de zon niet schijnt, waait het wel vaak.

Windmolen en de ‘energieterugverdientijd’

Het maken van windmolens zorgt ook voor uitstoot. Maar een windturbine wekt in 3-6 maanden de hoeveelheid stroom op die nodig was om die windturbine te maken.

Hoe groter en hoger de windmolen, hoe duurder om hem te maken. Maar daar staat tegenover dat een hoger model meer dan evenredig veel energie oplevert. Hoe hoger de molen, hoe minder er relatief van nodig zijn.

Techniek tegen lawaai en overlast
Windmolengeluid en slagschaduw kunnen als hinderlijk worden ervaren. Daarom worden windmolens minimaal 300 meter van een huis geplaatst waardoor de geluidsoverlast gering is. Ook wordt er berekend in welke jaargetijden en op welke tijdstippen de zon zo staat, dat er sprake is van slagschaduw. Dan staan de molens stil. De norm is dat de molen niet meer dan 17 dagen per jaar maximaal 20 min slagschaduw mag veroorzaken. Maar steeds vaker worden er goede afspraken gemaakt met omwonenden en kan de molen vaker stil worden gezet.

Groot gevaar voor vogels?
Windturbines hebben effect op vogels, maar vele malen minder dan andere doodsoorzaken zoals katten, verkeer, landbouw en gebouwen. Toch is het belangrijk om beschermde natuurgebieden te ontzien en goed met ecologen naar de plaatsing te kijken. Ook kunnen windmolens worden uitgerust met sensoren die de molens stilzetten als er bepaalde vogels zoals zeearenden in de buurt vliegen.

Voortgang per provincie

De overheid heeft in 2013 gesteld dat in 2020 er voor 6.000 megawatt (MW) vermogen aan windmolens op land moet staan. Iedere provincie heeft hierin een opdracht. Onderstaande tabel geeft weer welke opgave iedere provincie heeft, en in hoeverre de windmolens al staan – bron Windstats, Bosch en Van Rijn, januari 2019.

Daaronder de verwachtingen van RVO: in hoeverre lijken de provincies de opgave te gaan halen in 2020.